Zoeken
  • christellekaisala

Nappy: I woke up like this (Part I)

Bijgewerkt op: jun 17


"Because I'm worth it"

"L'Oréal, parce que vous le valez bien", zegt de Franse stem van actrice Eva Longoria vol overtuiging. Ze kijkt zwoel naar de lens met haar haren fier wapperend in de lucht.

Haar bruine lokken zwieren in het rond. Ze gooit haar volle haardos voor haar gezicht.

Ze gaat er met haar gemanicuurde vingers door. Haar glanzende haarlokken vallen voor haar ogen. Het maakt een vloeiende beweging. Het schittert. Het ziet er gezond en sterk uit. En niet onbelangrijk: het is Lang. En. Sluik.


Ik schud in gedachten mee met Eva. Mijn denkbeeldige zwarte lokken bengelen heen en weer. Op hetzelfde moment voel ik hoe mijn t-shirt, die rond mijn hoofd spant, voor mijn ogen afzakt.

Ik wou dat ik ook zo'n haar had zoals Eva of eigenlijk zoals de andere meisjes die ik kende : Barbie, de meisjes van mijn klas, Yasmine van de Disneyfilm Alladin en het zwarte topmodel Naomi Campbell.

Ze hadden allen het soort haar waar ik als zesjarig meisje van droomde: het deinde op en neer wanneer je je voortbewoog; het gleed langs je vingers wanneer je erdoor ging; het liet geen vetvlekken achter op je t-shirt; het waaide langs je oren bij een stevige rukwind en het behield zijn oorspronkelijke volume én lengte bij vochtig en/of warm weer.

En niet onbelangrijk: het was Lang. En. Sluik.

"Ben ik het waard?", vraag ik mij als zesjarige af. Want wanneer ik naar jou kijk, Eva.

Of as a matter of fact: Yasmine, Melissa, Barbie en Naomi zie ik iemand die niet op mij lijkt. Ik zie iemand die Lang. Sluik haar heeft als het toonbeeld van schoonheid.

In de verste verte vind ik mezelf daar niet in terug.

"Nappyhead"

Ik heb wat ze noemen kroeshaar. Afrohaar. Nappy hair. Kinky hair.

Het is makasi zoals de tantines het omschrijven. Ruím toen ik in Brazilië woonde. Crépu. Moeilijk kambaar volgens de kapsters. Wild. Onverzorgd. Speciaal.

Het zijn allemaal termen die niet tot de verbeelding spreken om gezwind door het leven te gaan. Mijn haar kon niet Lang. En. Sluik zijn. Dat dacht ik tenminste voor lange tijd.


Ik heb het grootste deel van mijn adolescentie een afkeer gehad voor mijn natuurlijk haar.

Ik vond mijn haar niet mooi. Daarom was ik niet mooi (genoeg). Zoals de meisjes van de klas die een '9' kregen op de schoonheidslijst. Lang haar was voor mooie mensen. Kort haar was voor jongens en ik was geen jongen. Ik wou zeker niet verward worden met een jongen. Zoals die keer op de bus op weg naar school. Ik was een meisje en meisjes hadden lang haar. Zoals mijn beste vriendin indertijd.

Dat waren mijn overtuigingen als zesjarig meisje.

Dat waren mijn overtuigingen als jonge adolescent.


Dit was het startschot om op alle mogelijke manieren de natuurlijke staat van mijn haar te verdoezelen. Dus ik greep naar de gekende praktijken ingegeven door mijn omgeving. Relaxen? Rastavlechten?You name it. Zolang niemand mijn natuurlijk haar te zien kreeg.



“Superpower”


“Uw haar is prachtig. Het is écht mooi. Ik wou dat ik zo'n haar had.", zegt de vrouw vol bewondering terwijl ze zich schijnbaar moet inhouden om het niet aan te raken. Ik heb mijn kort kroeshaar ingeruild voor lange rastavlechten. Ze reiken tot aan mijn schouder. Ik glunder vanbinnen bij die opmerking. Een warme aura vormt zich rondom mij.

Mijn metamorfose gaat niet ongemerkt voorbij. Ik voel me gezien.

Een jongen uit het hoger jaar spreekt me aan: “Uw haar is cool. De zanger van The Offspring heeft ook zo’n haar”. Ik voel me bijzonder. Mijn street cred’ verhoogt.

" Tu n'as pas trouvé quelqu'un pour te tresser? Tu ne vas pas aller comme ça à cette fête?", maakt een tantine mij attent. Ik voel me kwetsbaar.


Niemand wist dat dit het resultaat was van hard labeur, zowel voor de kapster als voor mij. Deze informatie liet ik wijselijk weg in mijn jonge jaren. De pijn nam ik voor lief want ik was iemand anders: ik was mooi.


Naarmate ik ouder werd, werd het een publiek geheim dat ‘ons haar’ vals haar was.

De aard van de vragen wijzigden van “ Is dit jouw écht haar?”, “Plakken ze er dat dan op?” tot “Schiet het in brand als ik er een aansteker tegen plaats?


Merkwaardig genoeg voelde ik me tijdens dergelijke kruisverhoren geen curiosum. Integendeel. Ik bezat een soort superkracht die niemand had. Weliswaar dankzij vals haar maar ik was mooi. Ik voelde me mooi.

Maar de superkrachten doofden langzaam uit. Mijn vlechten vertoonden duidelijke tekenen van verval: uitgroei, het volume op mijn hoofd verminderde aanzienlijk en het dragen van een haarband werd noodzakelijk.

Het nakende einde diende zich aan met het verdict: de vlechten moesten eruit.

Ik had opnieuw kroeshaar.


“Nappy it is”


“Doet dat pijn?”. “Een beetje” lach ik ongemakkelijk. “Maar je went eraan”, voeg ik er snel aan toe. Eerlijkheid gebiedt me om te zeggen dat dit niet waar is.

Het enige waarin je verbetert is het maken van grimassen om de pijn te verbijten.

Vergelijk het met een stevige epileerbeurt rond de intieme zone.

Met het enige verschil dat je huid er niet aan went.


“Het duurt 6 à 8 uren? Zolang stilzitten, dat zou ik niet kunnen hoor.” Ik heb een leeftijd bereikt dat ik mij volledig achter dit standpunt schaar. Mijn tijd én slaap zijn mij te kostbaar als moeder van twee jonge kinderen.

Maar het maakte deel uit van mijn realiteit van kinds af aan. Het was toen geen kwestie van wilskracht. Het was pure onwetendheid. Want er zijn veel factoren die onduidelijk zijn: het uiteindelijke resultaat, de duurtijd, de uitvoerder(s) en de prijs. Bovendien is er geen weg terug eenmaal het invlechten begint.

.

Waarom ik jarenlang systematisch koos voor iets dat pijnlijks, kostelijks en tijdrovend was?

Omdat mijn drang om mooi te zijn groter was dan het comfort dat rastavlechten met zich meebracht. Ik had bijvoorbeeld geen krulspelden nodig om alles op zijn plaats te houden. Geen extra vals haar dat duidelijk afstak qua kleur en textuur om meer volume te hebben. Onnodig om te bivakkeren in de badkamer om me op te maken. Ik kon alle kapsels doen die ik wenste.

Maar vooral: ik kon telkens iemand anders zijn. Zolang ik mezelf niet moest zijn.


“Ik wou dat ik ook zo’n haar had.”

Een zin die na al die jaren blijft nazinderen. Het brengt me in de war.

“Was ik toen niet mooi?”, vraagt mijn 35-jarige zelve zich af.

“Wou ik niet op jou lijken, Melissa? Yasmine? Naomi?”


Illustratie @helloimanso







94 keer bekeken0 reacties